Verteller in Ghana
Module 5. Presentatie
 
Contact met publiek.

Gebruik het  filmpje van Hillie Arduin: Heks vijf

Kijk ook naar het  filmpje van Willy Djaoen. Hij maakt heel direct contact met het publiek. Ook vertelster  Marie Goormachtigh houdt voortdurend contact met haar publiek. Door te kijken, maar ook met haar aandacht.

Marie Goormachtig-MaynardMarie Goormachtig-Maynard
Je kunt als verteller staan of zitten. Ogen zijn voor een verteller ontzettend belangrijk om contact te maken met het publiek. Als de verteller veel wegkijkt verliest hij het contact met het publiek. Een open houding is prettig voor het publiek. Laat de studenten zich steeds bewust zijn van het hele publiek, ook op de achterste rij.

- Laat ze nooit iets recht voor zich zetten, letterlijk of figuurlijk, want dan staan ze als verteller daarachter. Laat ze alles links of rechts van zichzelf plaatsen.
- Laat de studenten nooit met hun rug naar het publiek staan want dan gaan ze uit het contact.

Oefening 1.
  Publieksdelen

Vertel je verhaal voor een deel van het publiek. Negeer bijvorbeeld de rechterkant, de linkerkant of vertel alleen voor de voorste rij.

Evaluatie: Hoe is dit voor het genegeerde deel van het publiek?

Laat je studenten daarna het hele publiek meenemen in hun blik en bespreek wat het verschil is.

Oefening 2.
  Lichaamshouding

Vertel je verhaal met je armen over elkaar geslagen voor je borst.

Evaluatie: Hoe is dit voor het publiek? Laat ze daarna met een open houding vertellen en bespreek het verschil.

Oefening 3.
  Gebruik van de ruimte

Laat een van je studenten steeds naar achteren lopen om iets te pakken of met een personage achter de verteller praten.

Evaluatie: Hoe is dit voor het publiek? Het publiek verliest contact.

STEM

Ook al vertel je nog zo mooi, als niemand je verstaat kan je het net zo goed niet doen. Spreek dus zo duidelijk mogelijk: helder en voor in de mond. Vaak denken mensen dat het er met een microfoon niet meer toe doet of ze hard of zacht of onduidelijk spreken. Niets is minder waar! Articulatie is essentieel!

Ga nooit schreeuwen, ook als er in je verhaal een monster of een wild dier voorkomt. Mensen, en vooral kinderen, kunnen hier ontzettend van schrikken. Richt de schreeuw naar binnen, dan wordt deze juist krachtiger.

Oefening 4.
  Brullen

Brul als een leeuw of boos mens of monster, maar richt je schreeuw naar binnen. Brul als een leeuw en richt het naar buiten.

Evaluatie: Wat is er krachtiger?

Oefening 5.
  Fluisteren

Als je fluistert moet je denken aan de achterste rij van het publiek. Dan is het meestal verstaanbaar. Probeer het uit met een eigen gekozen zin.

Oefening 6.
  Focus en aandacht

Leg in de zaal of het lokaal waar je lesgeeft op de grond een aantal voorwerpen op een rij achter elkaar, steeds verder van de verteller af. Laat je studenten steeds op hetzelfde geluidsniveau een zin zeggen. Ze richten deze zin steeds op het volgende voorwerp, maar zonder het volume te verhogen. Het is de aandacht naar het publiek die belangrijk is. Dan komt de zin altijd aan, zelfs op de achterste rij.

Evaluatie: Kwam jou zin aan bij het publiek?

Wijnand StompWijnand Stomp
Oefening 7.
  Articulatie (voor in de mond spreken)

Zeg snel achter elkaar:
De kapitein van de pakketboot.
De kat krabt de krullen van de trap.
Moeder sneed zeven scheve sneden brood.

Samen een lied zingen is altijd goed voor de warming-up van de stem.

Vertel constructies: stijlen

Een verteld verhaal is niet hetzelfde als een opgeschreven verhaal. Van de geschreven taal maak je verteltaal.

Je kan een verhaal vertellen zoals je het ergens leest of gehoord hebt. Je kan ook een van de karakters nemen die in het verhaal voorkomen en van daaruit gaan vertellen. Of een boom die op de plek staat waar het verhaal zich afspeelt.

Je kan een verhaal over de spin Anansi bijvoorbeeld vertellen uit het perspectief van Anansi, of vanuit zijn vrouw of één van de dieren.

Oefening 8.
  Perspectief

Kies iets of iemand uit je verhaal van waaruit je het verhaal gaat vertellen. Dit kan de steen zijn aan de kant van de weg of de kat of een onbeduidende oma in het verhaal.

Evaluatie: Wat doet dit met het verhaal?
Is het een verrijking?
Kijk je nu anders tegen de hoofdpersoon aan?

Dit was de laatste oefening.

Een eindoverweging
 

Een verteller verbindt zich met het verhaal. De verteller verbindt zich met het publiek en het publiek verbindt zich met de verteller en het verhaal. Het publiek ademt als het ware het verhaal naar jou als verteller terug. Dit is de magie van het vertellen van een verhaal.

 Terug naar voorpagina educatief traject Hoger onderwijs.

 Inleiding over de spin Anansi.
 Module 1 : Kennismaking
 Module 2 : Verhaal analyse
 Module 3 : Verhaal maken
 Module 4 : Techniek van het vertellen