Module 3. Werken vanuit een bestaand verhaal: Zelf een verhaal maken.
Laat je studenten voor deze module allemaal een bestaand verhaal meenemen, bijvoorbeeld een Anansi verhaal. Ze kunnen deze vinden in de
Arena van deze Anansi Masters site, in de verhalen almanak op
www.beleven.com, bij het
Meertens Instituut, of uit de bibliotheek.
Je kan ervoor kiezen om in deze module iedereen een eigen verhaal te laten gebruiken of om allemaal te werken aan het zelfde verhaal.
Als je ervoor kiest om ieder aan een eigen verhaal te laten werken, vraag ze dan een verhaal te kiezen dat ze echt raakt. Ze kunnen het dan vaak beter overbrengen.
Het verhaal kan een persoonlijk verhaal zijn, of een fictief verhaal, een sprookje, enz. Dat kan vanuit allerlei motivaties: omdat ze het grappig of droevig vinden of omdat het precies gaat over waar zij op dat moment mee bezig zijn. Met de gekozen verhalen ga je met je studenten in de komende modules aan de slag.
Introduceer vanaf nu een zogenaamde vertelstoel of laat je studenten altijd staand vertellen, alleen voor het publiek.
Verhaal structuur
Hoe zit een verhaal in elkaar?
* Personages of karakters (personen, dieren, planten, objecten);
* Handelingen van personen en interactie tussen personages;
* Gebeurtenissen in alle delen van het verhaal;
* Plaatsen waar handelingen en gebeurtenissen zich afspelen;
* Momenten waarop handelingen en gebeurtenissen zich afspelen;
* Verwikkelingen in het verhaal die een begin hebben en naar een slot toewerken en die samen een plot vormen.
Oefening 1.
Verhaalstructuur
Bekijk naar aanleiding van deze punten de
film Heks vijf van Hilli Arduin. Laat ze eerst het verhaal analyseren vanuit bovenstaande punten.
Verbeeldingskracht
Om een verhaal goed over te brengen op het publiek is het belangrijk om zelf in je hoofd een filmpje van het verhaal te maken. Als jij als verteller alles voor je ziet zal je publiek ook instaat zijn of haar eigen beelden te maken. Dat is ook precies het verschil met een film kijken. Bij het kijken van een film ziet iedereen zijn eigen beelden. Bij het luisteren naar een verhaal maakt iedere luisteraar zijn eigen beelden.
Oefening 2.
Verbeeldingskracht
Doe je ogen dicht, denk aan het door jou gekozen verhaal en maak in je hoofd een beeld van:
* het landschap
* het licht
* de situatie
* de mensen, dieren, wezens, die in het verhaal voorkomen
Zie alles duidelijk voor je. Alsof het net een film is die zich in je hoofd afspeelt.
Laat je studenten hierna allemaal hun verhaal of een gedeelte van het verhaal vertellen. Geef feedback over de beelden die je krijgt als publiek.
Vaak ziet het publiek dingen die niet letterlijk verteld zijn. Dat komt door de verbeeldingskracht van de verteller.
Oefening 3.
Beweging en klank
Ga lopen en bewegen zoals de personen in het verhaal. {Voorbeeld}
Verbind je met die personen. Welke kleren dragen die personen?
Beschrijf ze hardop. Hoe gaat die persoon zitten, eten slapen?
Doe dit allemaal letterlijk.
Onderzoek hoe de personages in het verhaal spreken. Hoe is de stem? Langzaam, snel, laag, hoog, met een accent? Het publiek kan dan de persoon aan de stem herkennen. Dan hoef je nooit te zeggen: 'hij zei...' of 'zij zei...'.
Laat je studenten het verhaal nog een keer vertellen.
Feedback: Wat is het verschil met de vorige keer?
Oefening 4.
Emotie opzoeken
Vertel het verhaal in onzintaal.
Onzintaal, ook wel Jabbertalk genoemd, vergroot een verhaal uit en het nodigt uit tot fysiek vertellen. Zo zal je overdreven boos zijn, verdrietig, verliefd, verward, blij of verlegen.
Onzintaal dwingt je om met je hele lichaam een verhaal te vertellen. Je moet namelijk alles letterlijk uitbeelden anders begrijpt niemand je.
Het is vaak een zeer hilarische oefening.
Oefening 4a.
Jabbertalk warming-up
Dit is een warming up om te wennen aan het gebruik van onzintaal. Laat je studenten in onzintaal een gewone gebeurtenis vertellen bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts.
Oefening 4b.
Driedeling
Maak een kring en verdeel je studenten in drie groepen. Spreek een onderwerp af.
Groep
1
maakt de introductie. Eerst rustig, dan wordt het al spannend.
Groep
2
maakt de climax. Eerst een beetje climax, dan een beetje meer tot het hoogtepunt van de climax.
Groep
3
maakt het einde. Langzaam wordt het weer rustig.
Oefening 4c.
Jabbertalk vertelling
Vertel het verhaal, of een deel ervan, in onzintaal.
Laat je studenten het verhaal nu nog eens vertellen.
Evaluatie: Zijn de emoties in het verhaal nu intenser? En beweegt de verteller nu meer?
Terug naar voorpagina educatief traject Hoger onderwijs.
Inleiding over de spin Anansi.
Module 1 : Kennismaking
Module 2 : Verhaal maken
Module 4 : Techniek van het vertellen
Module 5 : Presentatie